Info      Tentoonstellingen      Tentoonstellingen archief      Kunstenaars      Grafiekcollectie      Overige activiteiten      Musea      Links      Home

 

     Het slot Kórnik en zijn collectie

 


Voor de laatste aflevering in onze serie "Musea in Polen" is de keuze gevallen op een regio die tot nog toe onbe­sproken is gebleven, ondanks zijn meer dan aantrekkelijke aanbod: de stad Poznań en zijn directe omgeving. Alleen al de stad biedt de kijker een rijkdom aan kunstcollecties die veelzijdig en interessant zijn. Het Nationaal Museum van Poznań herbergt een van de rijkste verzamelingen op het gebied van het Poolse modernisme, d.w.z. de kunst rond de eeuwwisseling. Ook de afdeling Oude Meesters, met een aanzienlijke collectie 16e en 17e eeuwse Hollandse en Vlaamse schilderkunst behoort tot de meest bekende in Polen.

Onder dit Museum ressorteert ook een drietal paleizen dat zich in de nabijheid van de stad bevindt: in Rogalin, Smieżów en Gołuchów. Na de Tweede Wereldoorlog zijn deze paleizen - voormalige residenties van Poolse adellijke families - als gevolg van de nationa­lisatie in handen van de staat gekomen. Door verwoestingen in de oorlog en door een gebrekkig beheer van de "nieuwe eigenaar" hebben ze veel van hun rijkdom verloren. Toch hebben de inspanningen van het Nationaal Museum in Poznań er toe geleid dat deze residenties als kleine musea voor kunst en cultuurgeschiedenis voor het publiek toegankelijk zijn. In voormalige woonvertrekken, ingericht als stijlkamers, zijn deels nog originele meubels, tapisserieën en kunstvoorwerpen aan te treffen, aangevuld met objecten, afkomstig uit de eigen collectie van het Museum.

Rogalin, sinds 1991 weer formeel eigendom van de erven Raczyński (Stichting Raczyński's, in het leven geroepen door de laatste mannelijke erfgenaam van de familie), biedt de bezoeker, behalve stijlkamers ook een voortreffelijke collectie Poolse en Europese schilderkunst uit de late 19e en beginnende 20e eeuw, verzameld door Edward Aleksander graaf Raczyński (1847-1926).

Het paleis in Smieżów, voormalig bezit van de families Gorzeński en Chełkowski, is sinds 1975 ingericht als museum, gewijd aan Adam Mickiewicz (1798-1855), de beroemdste onder de Poolse romantische dichters.

Het paleis in Gołuchów tenslotte, vroeger eigendom van Jan Działyński (1829-1880) en zijn vrouw Izabella Czartoryska, toont een gedeelte van de oorspronkelijke collectie grafiek en toegepaste kunst. In de laatste jaren worden steeds meer objecten uit deze eens beroemde collectie teruggevonden en aan de verzameling toegevoegd.

In de directe omgeving van Poznań bevindt zich nog één voormalige residentie die, evenals het paleis in Gołuchów, aan de familie Działyński toebehoorde: het slot Kórnik. Ook Kórnik werd na de oorlog onteigend, maar kwam, vanwege zijn vermaarde bibliotheek en archief, onder het beheer van de Poolse Academie der Wetenschappen. Het is dit kleine museum met zijn boeiende geschiedenis, bizarre architectuur en gevarieerde collectie.

Het slot Kórnik (in de oorspronkelijke spelling - Kurnik) kwam in handen van de familie Działyński aan het eind van de 17e eeuw. Een eeuw later verloor het zijn renaissance karakter door een omvangrijke verbouwing, uitgevoerd in de stijl van de late barok. Een periode van langzaam verval trad op na de derde deling van Polen in 1795. Het westelijk deel van het land werd toen bezet door de Pruisen en de familie Działyński verloor tijdelijk - als gevolg van hun deelname aan de strijd voor de onafhankelijkheid - de zeggenschap over hun eigendommen.

De wederopbouw - in feite een nieuwbouw - werd uitgevoerd in de jaren 1838 - 1880: door Tytus Działyński (1797-1861), de belangrijkste eigenaar van Kórnik, en na diens dood, door zijn zoon Jan. Tytus gebruikte als basis het ontwerp dat de beroemde Berlijnse architect K.F. Schinkel (1781-1841) in zijn opdracht had gemaakt. Uiteindelijk bepaalde Tytus en zijn vrouw, de schilderes Celestyna Zamoyska, de definitieve vorm van het geheel. Het slot werd gebouwd in de stijl van de Engelse neogotiek waarin veel oriëntaalse elementen werden verwerkt.

In 1880 kwam het slot, door overerving in vrouwelijke lijn, in handen van Władysław Zamoyski (1853-1924). Bij zijn dood in 1924 schonk Zamoyski, conform de wens van Tytus, al zijn bezittingen aan de Poolse natie. De in 1925 opgerichte Stichting Kórnik Instellingen (Zakłady Kórnickie) beheerde tot aan de Tweede Wereldoorlog het slot, het omringende park, de kunstcollectie en de bibliotheek. Het slot werd ingericht als museum en verloor nagenoeg zijn oorspronkelijke woonfunctie. Tot haar dood in 1937 woonde daar nog, in een paar afgezonderde vertrekken, Maria Zamoyska, de weduwe van Władysław.

Kórnik kwam zwaar gehavend uit de Tweede Wereldoorlog: de mate­rië­le schade aan het gebouw was enorm. De schade die de collectie ondervond, was niet minder rampzalig: veel objecten, zoals meubels, porselein en andere waardevolle stuken, zijn toen verlo­ren gegaan. Na de oorlog werd Kórnik genationaliseerd en de Stichting - een particuliere instelling - opgeheven. In 1952 kwam het, zoals gezegd, onder het beheer van de Poolse Academie der Wetenschappen.

De naoorlogse reconstructie werd uitgevoerd in de jaren '50 en '60 en beoogde de wederopbouw van het slot in zijn 19e eeuwse gedaante. Bij het herinrichten van de stijlkamers werd gebruik gemaakt van verschillende bronnen uit de eigen bibliotheek: memoires en geschreven verslagen over de geschiedenis van de families Działyński en Zamoyski, inventa­rislijsten, correspondentie en oude foto's. Men heeft de oorspronkelijke aankleding van de vertrekken gerestaureerd, en, waar mogelijk, gedeeltelijk gereconstrueerd. In alle kamers liggen zeer decoratieve, houten vloeren, of, zoals in de Zwarte Zaal, een vloer van zwart marmer. In de voormalige eetkamer, de Wapenkamer genaamd, is het plafond bedekt met cassettons, waarin wapens van Poolse ridders zijn opgenomen. In veel vertrekken treft men oosterse elementen aan in vorm van deurposten, decoratief stucwerk met arabesken en andere oriëntaalse motieven. De belangstelling voor de oosterse kunst - kenmerkend voor de tijd waarin Tytus Działyński leefde - bereikte haar hoogtepunt in de zogenaamde Moorse Zaal. Dit hoge vertrek op de eerste verdieping, oorspronkelijk al bedoeld als tentoonstellingsruimte, kreeg een galerij van gestileerde oosterse bogen, gedragen door dunne kolommen. Men waant zich hier in de Oriënt.

De collectie, die nu nog in het slot te bezichtigen is, is zeer gevarieerd van aard. Het is het levenswerk van Tytus Działyński en van zijn zoon Jan. Zij weerspiegelt de smaak van een 19eeuwse verzamelaar, die breed georiënteerd was en belangstelling toonde voor uiteenlopende gebieden. Een ervan, de geschiedenis van Polen, vormt de leidraad voor een belangrijk deel van de collectie. Działyński verzamelde alles wat met de nationale en culturele geschiedenis van Polen te maken had om, in bezettingstijd, het Poolse culture­le erfgoed voor het nageslacht te bewa­ren. Hij gaf aan zijn collectie het motto " Działyński's aan de landgenoten”.

De collectie omvat schilderijen, tekeningen en prenten, veelal van 19e eeuwse Poolse kunstenaars, zoals Aleksander Orłowski, Arthur Grottger en Wojciech Stattler. Naast familieportretten zijn er afbeeldingen van Poolse koningen en portretten van belangrijke historische personages. Ook landschappen, veduten en genrescènes van Poolse en buitenlandse kunstenaars (uit de 17e tot en met de 19e eeuw) zijn ruim vertegenwoordigd. Daartoe behoren ook een Hollands landschap, toegeschreven aan de werk­plaats van Jan van Goyen en een oorlogsscène van een anonieme Vlaamse kunstenaar.

Een groot deel van de collectie wordt gevormd door de zogenaamde "militaria": wapens, schilden en harnassen, van Poolse en oosterse origine, waarvan enkele zeer zeldzaam en kostbaar. Zij worden tentoongesteld in de Zwarte Zaal.

Alle kamers zijn ingericht met historische meubels van Hollandse, Franse en Poolse makkelij. In rijk gedecoreerde kabinetten zijn porselein en zilverwerk opgesteld. De Moorse Zaal biedt plaats aan de verzameling textiel, waaronder volksdracht uit de omgeving van Kórnik. Van de zeer waardevolle collectie 18e eeuwse sjerpen - een voor de Poolse adel karakteristiek kledingstuk dat om het middel werd gedragen is meer dan de helft in de oorlog verloren gegaan. De vitrine met de overgebleven exemplaren vormt nu nog een hoogte­punt van deze zaal.

Het slot Kórnik herbergt ook een deel van de bibliotheek die vader en zoon Działyński bijeen hebben gebracht. Georven, bescheiden boekencollectie groeide tijdens het leven van Tytus Działyński uit tot een omvangrijke en zeer waardevolle bibliotheek. De intentie van Działyński was een "bibliotheca patria" te stichten, een verzameling boeken en archivalia die betrekking had op de algemene geschiedenis van Polen. Aanvankelijk richtte hij zich op Poolse manuscripten en drukken uit de 16e eeuw, om vervolgens ook jonger materiaal in de collectie op te nemen. Zijn zoon Jan breidde de verzameling uit met wetenschappelijke publi­caties op het gebied van botanica en wis- en natuurkunde.

Działyński stelde, nog tijdens zijn leven, de bibliotheek be­chikbaar aan geïnteresseerden. Uit zijn wens de verzameling voor een breder publiek toegankelijk te maken is ook zijn functie van uitgever geboren. Met behulp van deskundigen verzorgde hij edities van literair en historisch bronmateriaal en gaf verschillende banden van Acta Tomiciana uit, een periodieke publicatie van de Bibliotheek van Kórnik. Deze publicatie werd voortgezet door zijn opvolgers; vlak voor de Tweede Wereldoorlog verscheen Band XIV in deze reeks.

Ook de bibliotheek heeft in de oorlog schade geleden, al was ze vergeleken met die aan de kunstcollectie, geringer. Na de opheffing in 1952 van de Stichting Zakłady Kórnickie werd de bibliotheek gereorganiseerd. Een groot deel van het boekenbestand werd ondergebracht in Poznań, in het stadspaleis van de familie Działyński dat, evenals hun andere bezittingen, genationaliseerd werd. Daar bevindt zich tot op heden, met uitzondering van een deel bijzon­dere objecten, de Bibliotheek van Kórnik. Zij werd in de loop der jaren aange­vuld met andere verzamelingen, van o.a. de stad Poznań en de Academie der Wetenschappen.

In het slot Kórnik wordt nog een klein deel van de oorspronkelijke bibliotheekcollectie bewaard. Dit deel omvat voornamelijk grafiek, ex-libris, cartografie en fotografie. Er worden hier ook autografen bewaard van o.a. Napoleon en Chopin.

Het hoogtepunt van deze deelcollectie vormt een elftal miniaturen op perkament, gemaakt aan het begin van de 16e eeuw door de beroemde kunstenaarmonnik Stanisław Samostrzelnik.

Kórnik biedt nu nog, ondanks zijn turbulente geschiedenis, veel van het erfgoed dat Tytus Działyński en zijn familie aan "de landgenoten" hebben nagelaten. Het ademt nog steeds de sfeer van de 19e eeuw, niet al te veel verstoord door de veranderingen die zich buiten voltrekken. Kortom - de moeite van het bezoeken waard.

◄ terug