Info      Tentoonstellingen      Tentoonstellingen archief      Kunstenaars      Grafiekcollectie      Overige activiteiten      Musea      Links      Home

 

Muzeum Narodowe in Kraków 

Collectie moderne en hedendaagse Poolse kunst

 


In onze serie over musea in Polen is Kraków tot op heden buiten schot gebleven. Niet zonder reden, want het is haast onmogelijk in een kort bestek over een stad te schrijven die met recht "de stad van musea" genoemd mag worden. Sterker nog - de stad zelf is één groot museum: vol historische monumenten en plaatsen die bepalend zijn geweest voor de ontwik­keling en de instandhouding van beeldende kunsten.

Kraków beschikt over één van de belangrijkste kunstcollec­ties van het land, ondergebracht in het Nationaal Museum. Gewoonlijk is een dergelijk instituut een omvangrijk gebouw met moderne faciliteiten die het beheer van kunsthistorische rijkdommen mogelijk maken. Zo niet in Kraków: hier heeft de geschiedenis ervoor gezorgd dat afzonderlijke deelcollecties verschillende behuizingen kregen, waardoor het algehele beeld veelzijdig en gevarieerd, maar ook versplinterd is.

De afdeling Moderne en Hedendaagse Poolse Kunst (waaronder de verzameling prenten en tekeningen) is ondergebracht in Nowy Gmach, het Nieuwe Gebouw, waaraan van 1934 tot 1989 met grote tussenpozen is gebouwd. Al vormt deze collectie een min of meer afgeba­kend geheel, is het wel­licht interessant haar tegen de achtergrond van de gehele museale verzameling te bezien.

Het concept voor het oprichten van Musaeum Poloni­cum in Kraków, een publiekelijk toegankelijke collectie van Poolse kunst, ontstond aan het eind van de 18e eeuw. Het kwam voort uit de idealen van de Ver­lichting. In veel Europese landen werden toen bestaan­de of pas opgerichte collecties voor het grote publiek opengesteld. In Nederland werd in die tijd het oudste Nederlandse museum, het Teylers Museum in Haarlem, geopend (1778). De ingewikkelde politieke situatie waarin Polen zich toen bevond (het land verloor in 1795 voor ruim een eeuw zijn onaf­hankelijkheid), verhinderde deze plannen. Pas een eeuw later, in 1879, kon in Kraków, dat onder een relatief mild regime van Oostenrijk stond, het eerste openbare museum worden geopend. Het werd een stedelijke instelling die resorteerde onder het stadsbestuur; men wilde op deze wijze de afhankelijkheid van de staat - toen de Habsburgse Monarchie - tot een minimum beperken.

De collectie, overwegend 19e eeuwse Poolse schilder- en beeldhouwkunst, werd bij elkaar gebracht door particuliere schenkingen, veelal door bekende, in Kraków werkende kunste­naars. Zij werd ondergebracht in de voormalige gotisch-Renaissance lakenhal - Sukiennice - die tot op heden de Grote Markt siert. Ook vandaag herbergt dit gebouw de kunst van de 19e eeuw, waaronder monumentale doeken van de grote historieschilder Jan Matejko (1838-1893) en de prachtige collectie schilderijen van de Poolse romanticus Piotr Michałowski (1800-1855).

Het aanvankelijk tot de schilder- en beeldhouwkunst beperkte verzamelgebied werd in de statuten van 1901 aanzienlijk uitgebreid: vanaf die tijd ging men ook toegepaste kunst en prenten verzamelen. In de periode tot 1918, het jaar waarin Polen de onafhankelijkheid herwon, werd het Nationaal Museum uitgebreid met een aantal belangrijke particuliere schenkingen die, behalve een kunstcollectie, ook gebouwen inhielden. Tot de belang­rijkste behoren de schenkingen van de families Szołayski (Poolse kunst vanaf de Middeleeuwen tot ca.1760) en Hutten Czapski (munten, prenten en een omvangrijke bibliotheek), alsook het woonhuis met de nalaten­schap van de schilder Jan Matejko.

Een bijzondere schenking van ca. 15.000 objecten was afkom­stig van de Krakause schrijver, criticus en kunstverzamelaar Feliks Manggha Jasieński. Behalve de eigentijdse Poolse kunst verzamelde Jasieński de kunst van het Verre Oosten, met name die uit Japan. In één klap werd het Nationaal Museum in 1920 een hele afdeling japonica rijker: waardevolle houtsneden, tapijten en andere gebruiksvoorwer­pen.

Deze en nog vele andere kleine en grote schenkingen en legaten maakten het noodzakelijk naar een structurele verbetering van de behuizing te zoeken. Na een mislukte poging van de directie een deel van het voormalige koninklijke kasteel Wawel als museum in te richten, werd besloten tot nieuwbouw. De eerste fase van de bouwactiviteiten, begon­nen in 1934, resulteerde in 1939 in een massief, gesloten gebouw van grijze natuursteen, met een trap en een monumen­tale rij kolommen als entree. Vrijwel direct na de ingebruikname van dit (nog niet voltooide) Nieuwe Gebouw brak de Tweede Wereldoorlog uit en legde alle activiteiten van het museum stil. Materiële schade die de oorlog met zich meebracht, is in het Nationaal Museum relatief beperkt gebleven. Weggevoerde kunstvoorwerpen werden na de oorlog grotendeels teruggevonden. De museumgebouwen zijn, in tegenstelling tot die in andere Poolse steden, overeind gebleven.

Na de oorlog heeft zich een fundamentele verandering in de karakter, de structuur en de wijze van beheer van het Museum voltrokken. In 1950 werd het, net als andere museale collec­ties in het land, door de staat overgenomen. Door de nationalisatie van alle particuliere eigendommen kwamen ook privé collecties en bezittingen van grote adellijke families in handen van de staat. Het Nationaal Museum in Kraków kreeg het beheer van de oudste en meest waardevolle kunstcollectie van Polen, die van de familie Czartoryski. Aangelegd in het begin van de 19e eeuw in Puławy (centraal Polen), werd de collectie in 1830 om politieke redenen naar Parijs overgebracht. In 1876 kwam het geheel naar Kraków en werd in het privé museum van de Czartoryski`s voor het publiek opengesteld. Wat deze collectie zo waardevol maakt, is een aantal meesterwerken op het gebied van de Europese schilderkunst, zoals "Het landschap met de barmhartige Samaritaan" van Rembrandt (als zodanig erkend door de strenge commissie van het Rembrandt Research Project) en de "Dame met de herme­lijn" van Leonardo da Vinci.

In tegenstelling tot het Nationaal Museum, heeft de verzameling Czartoryski wel enorme schade in de oorlog geleden; van de afdeling schilderkunst zijn tientallen werken verdwenen, waaronder het "Portret van een jonge man" door Rafael en een schilderij van Pieter Breugel de Oude. Ook een unieke collectie antieke gouden sieraden is sindsdien spoorloos. De verzameling Czartoryski is overigens weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar, vertegenwoordigd door de in 1991 bij het Nationaal Museum van Kraków opgerichte Stichting van de Prinsen Czartoryski.

Na de oorlog zijn de deelcollecties op hun oorspronkelijke plekken teruggekeerd een gedeeltelijk weer voor bezichtiging opengesteld. Helaas kampt het Museum voortdurend met het geld- en ruimtegebrek, waardoor nu nog een aanzienlijk deel van de verzameling niet permanent toegankelijk is. Het in 1989 eindelijk voltooide Nieuwe Gebouw - met een bouwgeschiedenis van 55 jaar! - wordt nu gebruikt voor wisseltentoonstellingen en voor de permanente presentatie van de omvangrijke collectie Poolse kunst vanaf de eeuwwisseling tot heden. Ook de afdelingen "Decoratieve kunsten" en "Wapens" zijn daar ondergebracht.

De hoofdcollectie is opgesteld in een min of meer chronologische volgorde naar stromingen en artistieke groeperingen. De nadruk ligt op het werk van kunstenaars afkomstig uit Kraków. De presentatie begint met de kunst van het Poolse modernisme, een stroming in de Poolse cultuur die in Kraków ontstond en die ook Młoda Polska - Jong Polen - wordt genoemd. In deze stilistisch zeer gevarieerde stroming zijn alle grote namen van rond de eeuwwisseling vertegenwoordigd. Er is werk te zien van de grote symbolist Jacek Malczewski (1854-1929) en dat van de schilder en schrijver Stanisław Wyspiański (1869-1907), de vertegenwoordiger bij uitstek van Młoda Polska. Er zijn landschappen van Jan Stanisławski (1860-1907) en een serie prachtportretten van Olga Boznańska (1865-1940), de in Parijs wonende Grande Dame van het Poolse modernisme. De collectie laat zien dat de Poolse kunst een zekere verwantschap vertoont met de eigen­tijdse Europese kunst, zonder deze te imiteren. Bretonse land­schappen en portretten van boeren laten een eigen benadering zien van Władysław Slewiński (1856-1918), een schilder die bevriend was met Paul Gauguin en Emile Bernard en een tijd lang was verbonden met de school van Pont Aven. Elders is het werk te zien van Stanisław I. Witkiewicz (1885-1939), rijen dicht op elkaar gehangen portretten van bekende tijdgenoten, geschil­derd (of eigenlijk getekend - het zijn pastels) in een volstrekt eigen, oorspronkelijke stijl.

De omvang van de collectie en haar verscheidenheid laten niet toe om er hier zelfs een summiere beschrijving van te geven. Laat ik volstaan met het noemen van een aantal kernpunten. Er is ruime aandacht besteed aan de vertegenwoordigers van het Formisme, een vernieuwende stroming in de Poolse kunst, waarin de kenmerken van het kubisme, fauvisme en expressionisme zichtbaar zijn. Goed vertegenwoordigd is een stroming, die bekend staat als het Poolse kolorisme en die zijn oorsprong heeft in de vele varianten van het postimpressionisme. Het werk van Józef Pankiewicz (1866-1940) en zijn leerlingen wordt ertoe gerekend.

De kunst na 1945 laat een hele verscheidenheid aan stijlen en stromingen zien die deze periode rijk is. Ook hier komt de nadruk te liggen op het werk van de kunstenaars die in Kraków werkzaam zijn. Van hen neemt het oeuvre van de onlangs overleden Tadeusz Kantor (1915-1990) een prominente plaats in.

De presentatie van de kunst van een hele eeuw op één verdieping stelt de toeschouwer in staat, ongewone verbanden te leggen, bepaalde lijnen in de ontwikkeling van de kunst te trekken of directe vergelijkingen te maken. Dit kan voor wat betreft de schilder- en beeldhouwkunst.

Wat helaas (nog) niet mogelijk is wegens ruimte- en geldge­brek, is een permanente presentatie van de inhoud van wat gewoonlijk "het prentenkabinet" heet: grafiek, tekeningen en aquarellen. Dit onderdeel van de collectie behoort met haar 120.000 objecten tot de rijkste in het land en is wel op verzoek beschikbaar voor onderzoekers en andere geïnteresseerden. De verzameling bestaat uit overwegend Poolse prenten en tekeningen vanaf de 16e tot en met de 20e eeuw.

Goed vertegenwoordigd is de hedendaagse grafiek vanwege de Biënnales die in Kraków worden gehouden. Onder de buitenlandse prenten zijn verschillende portfolio`s, uitgegeven door de Parijse drukker en marchand Amrboise Vollard met bladen van o.a. Bonnard, Gauguin, Redon en Renoir.

Een interessant deel van de collectie vormt de toegepaste grafiek, voornamelijk hout- en kopergravures in vorm van boekillustraties en kaarten.

Tenslotte zijn er architectuurtekeningen en ontwerpen, overwegend 19e- en 20e-eeuws, die behalve hun kunsthistorische waarde, ook een grote betekenis hebben voor restauratiewerkzaamheden.

Ondanks een zekere verbetering in de behuizing na de uitbreiding van het Nieuwe Gebouw, blijft de verlanglijst van het Museum nog heel lang, ook met betrekking tot meer expositie- en depotruimte. De opening in 1995 van een nieuw museum - Centrum voor Japanse Kunst en Techniek (als onderdeel van het Nationaal Museum) - heeft slechts een oplos­sing gebracht voor een deel van de collectie Manggha Jasieński; de verzameling japonica wordt nu op een voorbeeldige manier tentoongesteld. De rest van de collectie verdient een soortgelijke presentatie, maar die zal nog op zich laten wachten.

◄ terug